Daniela Chirion, curator - 'On the edge' in Galerie Lloyd, Oostende, october 2023

 

On first seeing a photograph around 1840, the French painter Paul Delaroche said:" From today, painting is dead!" The story captures the anxieties that surrounded the technology when it first emerged in the mid-19th century. (If they only knew what was about to come!)

After almost 200 years, painting is still very much alive and despite the endless forms of art that exist today, it goes on its implacable way.

What we see today in the gallery is an example of pure painting going beyond descriptiveness and existing in itself, but at the same time the means of expression still bear the echo of recognizable reality. It is a painting "on the edge" between representation and abstraction.

 

I first met Bruno Van Dycke in his studio in Bruges, and what stroke me from the very first moment was the timelessness captured in is work, his exceptional qualities as a painter and I would say - using an oxymoron - his rich minimalism.

He uses stones as motives in order to create compositions that are deceptively simple, and I say "deceptively" because they represent a simplified complexity; the geometric shapes are only general outlines that allow the artist to create rich layers of paint, of refined nuances, of textures. His work is exactly as the mineral universe that inspires him - it is ordered, geometric, endlessly surprising, while it avoids any redundancy. In the sprit of Occam's razor - entities are not to be multiplied beyond necessity.

Seeing the stillness, the silence, the contemplative nature of his canvases, it is almost impossible not to think of the far eastern philosophy and most specifically of Zen Buddhism, whom Bruno acknowledges as one of his sources of inspiration through the figure of Enku, a 17th century Buddhist monk and sculptor to whom, in fact, he dedicates a whole series of paintings.

Zen emphasizes rigorous self-restraint, meditation-practice and the subsequent insight into the nature of mind and the nature of things. How to better percieve the true nature of existence other than contemplating a stone that encapsulates the most precious commodity there is: time.

 

The canvases of Bruno are to be approached and regarded not only as an aesthetic experience but as a spiritual one; they are moments of tranquility and meditation, as very beautifully the artist writes himself:"The silent image wants to defend itself against all the words, sounds, unsolicited images, opinions and unnecessary stimuli that fill our lives."

 

We need to experience this quietness, to make room for it in our lives, and I invite you all to take a moment for yourself and meet yourself in silence in front of the works of Bruno Van Dycke.

 

Last but not least, I want to thank Bruno for his inspiring presence, for his modesty - which is always the mark of high spirits, and for the wonderful collaboration with us.

 

Enjoy the silence!

 

 

Frederic De Meyer, stichter, redacteur en journalist van TheArtCouch

Bij atelierbezoek oktober 2023. Tekst en foto's opgenomen in TheArtCouchReview2023

 

Een gesprek over kunst beginnen met een gedicht van Szymborska, het is allerminst alledaags. Het gesprek met de steen, het onderwerp van het gedicht in kwestie, kan op het eerste oog als doorslag gelden voor de geschilderde stenen van Bruno. Een dergelijke analyse zou echter mateloos oppervlakkig zijn.

Wat zit er binnenin de steen? Niets dan steen, luidt de koele vaststelling. Maar in deze conclusie ligt een schat aan inzichten vervat. Kan je het 'steen-zijn' van de steen onthullen? Niet zomaar als 'da-sein', een entiteit die te aanschouwen valt, maar als een vorm van zijn? Of in de termen van David Chalmers: hoe het voelt om iets te zijn dat zich bewust is van het feit een steen te zijn? De vraag lijkt lastiger dan ze is, eenmaal je tracht ze in woorden uit te drukken.

In die zin verft Bruno een menselijke tekortkoming, maar precies daardoor een mogelijke essentie: de potentie van waaruit iets bestaat. "Schilderen is onthullend", verklaart de kunstenaar. "Het is de voorloper van inzichten." Het is niet zozeer het feit van een steen te schilderen dat van belang is, het is de levenskracht ervan te ontdekken. Ook inerte materie bevat een élan vital, lijkt hij te zeggen, en de enige manier om dit te onthullen is door een steen te schilderen. Niet als nabootsing of als mimesis. De zwijgzame steen heeft als waargenomen object namelijk niets te onthullen, daar ligt zijn zeggingskracht juist in.

De essentie ligt in de handeling, niet in het object van de handeling.

Mocht dit alles zweverig klinken, vergis je niet: het is een heel aardse bezigheid. Daarom wellicht de fascinatie voor de steen, de onweerstaanbare aantrekkingskracht ervan. Een steen laat zich slechts met weerzin van zijn natuurlijke staat bewegen. Het is een eenheid op zich, maar zit onlosmakelijk verankerd in zijn omgeving. Zonder wortels die hem tot de aarde dwingen, noch bladeren die hem tot de hemel doen reiken, is de steen niettemin het bindmiddel tussen beide. Een plek waar van alles gebeurt dat voorgoed voor ons verborgen blijft, al kan het schilderen ervan enkele van zijn geheimen ontsluiten, of tenminste een idee geven van wat niet gezien of gezegd kan worden.

Te zwaar, te licht, diep noch luchtig, spraakzaam noch stil maar in essentie oneindig veelzeggend, het zijn tegenstrijdigheden die zich enkel opheffen wanneer je de steen betreedt. De ruimte erin, voor zover je van ruimte kan spreken, biedt een labiel evenwicht.

Zowel fysiek als mentaal begeeft de kunstenaar zich op de rand, met aan de ene kant het abstracte, de primaire uniciteit van de steen, aan de andere kant de complexe samenstelling van deze eenvoud, de talrijke variaties in de verschijning van de steen. Op deze richel lijkt hij rust te vinden, een uitgepuurde vorm van gewaarwording, misschien zelfs een volstrekte symbiose met zijn onderwerp. "Ik heb geen deur", zo eindigt het gedicht van Szymborska. Je kan de steen niet zomaar betreden. Je kan je enkel inbeelden wat er binnenin gebeurt, hoe het is om steen te zijn. In het je inbeelden schuilt echter een juistere, diepere vorm van waarheid. Het schilderen van wat je je inbeeldt kan daardoor niet anders zijn dan een accurate reflectie van deze dieperliggende werkelijkheid. Zo bekeken zijn de stenen van Bruno een wijd open  uitnodiging om de onbestaande deur van de steen te betreden.

 

 

 

 

 

 

Annelies  A. A. Vanbelle,  art journalist, Stadsfestival Damme, 2019

Wat is schilderen meer dan het ingenieus relateren van licht en donker?

Bruno Van Dycke verstaat die boutade als  geen ander.  Zijn stenen zijn monolieten van verstilling, met een zijde die licht aanzuigt en een ander die donker toelaat. Geen van beide staart ons frontaal aan, er wordt de kijker een open, vrije verhouding met het werk toegelaten, wat in het beste geval leidt tot een staat van meditatie. Voor ons schittert een witte Kaäba, die het mysterie van ons mens-zijn in zich draagt, waar de blik willens nillens in concentrische cirkels omheen blijft draaien. Een sacrale vorm die dwingt tot ingetogenheid, voor wie zich durft over te leveren. 

 

  

 

Philippe Van Cauteren, artistiek directeur van het S.M.A.K., Kunstletters, 2017

Je kan dit stenenschilderij moeilijk een stilleven noemen. De steen lijkt bij Bruno Van Dycke slechts een aanleiding om met verf aan de slag te gaan. Hij probeert iets wat massief en hard is de speelse glans van het schilderen mee te geven.

Het is een haast abstract schilderij. Bij een andere kadrering van het motief, zou elke verwijzing naar het onderwerp verdwijnen.

Het vastberaden herhalen van een zelfde element in verschillende doeken doet vermoeden dat de handeling en het plezier van het schilderen bij Bruno voorrang krijgen op het weergeven van iets tastbaars als een steen." 

 

 

 

 

Johan Debruyne,  (h)ART, tijdschrift voor hedendaagse kunst, 2013

Bruno Van Dycke schildert stenen. Hij is iemand die ontzettend graag schildert.  Hij is een zoeker naar sterke vorm, naar licht en kleur. Daaruit ontstaat zijn werk. Met doek en verf en krijt, met borstels, paletmes, vingers maakt hij de verf tot iets wat volume en tijdloosheid suggereert.

Deze kunstenaar verliest zich in de act van het schilderen en die zal bepalen hoe de vorm zal zijn. Overgave heet dat. Dat vraagt tijd en geduld en verwondering.

 Als kunstenaar zoekt hij eenvoud in een wereld vol overdaad, waarin we bijna op de vlucht moeten voor de beelden, de lelijkheid en de onzin die op ons worden afgevuurd.

 Eenvoud, tijd en stilte in de suggestie van oude steen. Balanceren van verf naar volume in een subtiel evenwicht tussen abstractie en figuratie. Verf is vorm geworden. En vorm op haar beurt voelbare stilte. Stilte in steen.

Maar spelen blijft het ook. Met het licht. Bekijk de steen van alle kanten. Als verfijnde colorist speelt hij ook met kleur. In de meeste stenen zit onvermoed veel kleur. Geniet van de “huid” van deze stenen. Verzegelde composities. Volkomen dicht. Een wonder hoe verf “steen” wordt! Deze stenen zijn af. Gesloten. Ze hebben de energie, het sacrale en de tijd diep in zich gekoesterd.

Bruno Van Dycke heeft lang gezocht. Kan je steen ook suggereren met slechts een paar virtuoze toetsen?

De kunstenaar twijfelt:  “Tijd” zet je ook niet neer in een impuls. De tijd moet in de steen kruipen.

Schilderen heeft tijd nodig, verf heeft tijd nodig.

Ook kijken heeft tijd nodig.